Vanaf medio 2007 zijn er sterke fluctuaties geweest in de internationale marktprijzen voor agrarische producten. Daardoor ontstonden prijsschommelingen, die nog eens versterkt werden door de herziening van het Europese landbouwbeleid. De afgelopen maanden ging alle aandacht uit naar de mondiale kredietcrisis, die tot grote, onvoorziene gevolgen over de gehele wereld leidt.
Pieken en dalen in de melkprijs
Op melkveebedrijven is het melkgeld verreweg de belangrijkste inkomstenbron binnen de totale opbrengsten.
Schommelingen in de melkprijs werken dan ook onmiddellijk door in uw beschikbare middelen en financieringscapaciteit. De algemene verwachting is dat de internationale zuivelprijzen trendmatig op een hoger niveau zullen liggen dan de voorgaande jaren, maar ook dat de schommelingen veel groter zullen zijn. Tijdens het Melkvee100pluscongres in december van vorig jaar heeft de heer Jay Waldvogel dat duidelijk naar voren gebracht. Het is voor u als ondernemer van belang om in te spelen op deze fluctuaties in de melkprijs. De agrarische specialisten van Friesland Bank hebben waargenomen dat vrij veel melkveebedrijven de hoge prijzen van eind 2007 en 2008 zonder meer nodig hebben gehad om de gevolgen van de lage melkprijs in de jaren daarvoor te compenseren.
De extra geldstroom is gebruikt om de rekening courant weer op peil te brengen, achterstallig onderhoud uit te voeren, verouderde werktuigen te vervangen en alle nota’s te betalen. In gunstige situaties is het gelukt om extra geld weg te zetten of extra aflossingen te doen. Dit maakt duidelijk dat er verstandig moet worden omgegaan met een piek in de melkprijs. Enige reserve opbouwen is bij de toenemende fluctuaties gewenst om de financiële gevolgen op te vangen bij een lage melkprijs.
We hebben kunnen zien dat in de afgelopen jaren de melkprijs gelijk op is gegaan met de voerprijs. Dit hoeft overigens geen automatisme te zijn, zoals we dat in de andere sectoren wel geregeld zien. Bijvoorbeeld in de pluimveehouderij, waar de productprijs snel reageert op stijgende of dalende voerprijzen.
Grond als buffer
Grond is een dure productiefactor. Geen enkel melkveebedrijf zal er in slagen met productie van ruwvoer voldoende opbrengsten te realiseren om de kosten voor rente en aflossing te kunnen betalen. Daar komen de eigenaarslasten en alle eigen (of betaalde) arbeid, die nodig is om de grond te bewerken, nog bij. In de workshop “Is uw bedrijf 2015-proof” zal Friesland Bank met u discussiëren waarom het soms toch aantrekkelijkkan zijn om grond te kopen. Onder andere vermogensopbouw en financiële draagkracht van uw bedrijf spelen daarbij een rol. Een ander aspect dat vaak onderbelicht blijft is dat u met extra grond minder gevoelig bent voor hoge prijzen voor voer en mestafzet.
Voerkosten; een intensief bedrijf zal meer nadeel ondervinden van stijgende voerprijzen dan een extensief bedrijf. Wel zien we vaak dat intensieve bedrijven meer voer van het land halen en andere maatregelen nemen (productie per koe, jongveebezetting), waardoor de voerprijzen in verhouding veel scherper zijn.
Mestafzet; voor mestafzet is duidelijk dat u zich niet druk om de prijs hoeft te maken als u de mest op eigen grond kunt plaatsen (ook bij aanscherping van de derogatienorm?). Maar de mestafzetkosten kunnen behoorlijk oplopen op intensieve bedrijven. Voor een klein mestoverschot lukt het meestal wel om een goedkope afzet in de buurt te regelen, maar voor grotere hoeveelheden bent u afhankelijk van de landelijke prijzen voor mestafzet.
Grond gebruiken als buffer zal niet de reden zijn om grond wel of niet aan te kopen. Wel zou het mee moeten tellen als u overweegt om grond te kopen, te huren of natuurland in gebruik te nemen.
Quotum kopen of leasen
Tijdens het congres in december 2008 heeft mevrouw Esther de Lange duidelijk aangegeven dat in Europees verband vast staat dat het huidige quotumsysteem per 2015 wordt afgeschaft. Wat betekent dat voor de bedrijfsontwikkeling in de komende jaren? Per bedrijf zal dit behoorlijk verschillen. Hierbij is het met name belangrijk wat het rendement van uw laatste liters melk is. In de workshop “Het rendement van uw investering” gaat Friesland Bank verder op dit onderwerp in. Als op het bedrijf voldoende productievermogen (grond, gebouwen, arbeid) aanwezig is om de melkproductie uit te breiden zult u meer of minder geleidelijk willen doorgroeien.
Aankoop van quotum is prijzig, maar de kosten liggen voor de komende jaren vast. En als de leaseprijs tot 2015 op het huidige hoge niveau blijft is kopen aantrekkelijker dan leasen. Gezien de huidige ontwikkelingen is het echter goed mogelijk dat de leaseprijs gaat dalen. De keuze tussen kopen of leasen van melkquotum is de keuze tussen hoge kosten met duidelijkheid of afhankelijk zijn van wisselende lease-prijzen. In beide gevallen dient u zich af te vragen of de quotumkosten wel met de extra opbrengsten terugverdiend worden en de vergoeding voor het extra werk voldoende is. Wanneer de aankoop van quotum gefinancierd wordt met eigen middelen of een financiering met lage aflossing is het voordeel voor uw liquiditeit op korte termijn groter. Beperkt aflossen betekent echter ook dat u na 2015 nog steeds financieringskosten betaalt voor quotum dat niets meer waard is.