Bij de hoge quotumprijzen en lage melkprijs van dit moment zullen weinig adviseurs u kunnen voorrekenen of er nog iets valt te verdienen aan het aangekocht quotum. Hetzelfde geldt voor de aankoop van grond: u moet wel erg creatief met de saldoberekening omgaan om voldoende rendement te behalen om de rentekosten te kunnen opbrengen. En dan hebben we nog niet gehad over aflossing…
Blijkbaar spelen er nog andere zaken een rol bij het beslissingsproces om deze verliesgevende investeringen aan te gaan en daarmee het bedrijf met nog hogere financieringslasten op te zadelen.
Deze op het oog irrationele investeringen kunnen een noodgreep zijn om tegenvallers of fouten op te vangen, in andere gevallen ziet de investerende ondernemer voor zijn bedrijf voordelen die anderen niet zien.
Bedrijfseconomisch rendement
In het algemeen maken uw adviseurs een bedrijfseconomische berekening om het rendement van de investering voor uw bedrijf in beeld te brengen. Naast de directe opbrengsten en uitgaven dient u ook rekening te houden met minder zichtbare kosten, zoals de rente en afschrijving, arbeid en mechanisatiekosten. Op deze wijze komen alle kosten op lange termijn goed in beeld en krijgt u een goede indruk van de ontwikkelingsrichting van uw bedrijf die het beste bedrijfseconomische resultaat oplevert. Nadeel is dat de uitgangspunten en normen een belangrijke rol spelen en niet alle kosten ook uitgaven zijn. Het effect op de liquiditeit van uw bedrijf kan soms behoorlijk afwijken.
Verbeteren liquiditeit
Op dit moment quotum aankopen is niet rendabel te rekenen, het zal ook een hele toer worden om voor 2015 de investering in quotum terug te verdienen. Wel kan door quotumaankoop de liquiditeit de komende jaren verbeteren als de aflossing lager is dan de afschrijving. Quotum aankopen en in 30 jaar aflossen kost 6 à 7 cent per kg, terwijl lease meer dan 20 cent kost. Voor 7 cent kunnen de meeste melkveehouders nog wel iets aan de melk overhouden. Het kan helpen om een zware periode door te komen, soms is het zelfs de enige oplossing om nog minder aantrekkelijke maatregelen te voorkomen. Als de meest voor de hand liggende mogelijkheden om de liquiditeit niet toereikend zijn uitgeput moeten rigoreuze keuzes gemaakt worden. Om de rekeningen te kunnen betalen zou men bedrijfsmiddelen (grond, toeslagrechten, quotum, vee) moeten verkopen, of als alternatief quotum aankopen, wetende dat er in 2015 nog een forse restschuld op zit. De meeste melkveehouders zullen de keuze maken om in quotum investeren.
Laat duidelijk zijn dat dit geen gezonde situatie is, maar een noodoplossing om 2015 te kunnen halen. Niemand kan met zekerheid zeggen hoe de markt er in 2015 uit ziet. Pas dan zullen we weten of er alleen maar op bedrijfsvermogen is ingeteerd of dat het bedrijf door een lastige periode is geloodsd en er dan een mooi, levensvatbaar bedrijf zal staan.
Vermogensopbouw
De prijs van landbouwgrond is de afgelopen 40 jaar altijd hoger geweest dan de agrarische waarde; dat wil zeggen dat het saldo te laag is om de financieringskosten te betalen. Omdat echter de grondprijzen in deze periode ook zijn gestegen zullen er weinig ondernemers zijn die er spijt van hebben dat ze in het verledengrond aangekocht hebben. Uiteraard biedt de prijsontwikkeling uit het verleden geen garantie voor de grondprijzen in de toekomst. Wel is duidelijk dat bedrijven die geen grond in eigendom hebben minder goed financierbaar zijn en na bedrijfsbeëindiging ook minder geld aan de verkoop overhouden. Feit blijft dat een investering in grond een luxe investering is die alleen bedrijven met voldoende liquiditeitsoverschot zich kunnen permitteren.
Bij de aankoop van melkquotum is een vergelijkbare redenatie mogelijk. Omdat quotum in de periode tussen 1983 en 2006 alleen maar duurder is geworden hebben de bedrijven die in die periode quotum gekocht hebben achteraf gelijk gekregen. Daar houdt de vergelijking met grondaankoop evenwel op. Alle politieke signalen wijzen op de definitieve afschaffing van het melkquotumsysteem in 2015. Of er dan iets nieuws (bijv. fabrieksquotum of nieuwe Europese regulering) voor in de plaats komt is afhankelijk van de wereldmarkt voor zuivel en de randvoorwaarden om de melkproductie uit kunnen breiden. Het lijkt momenteel niet waarschijnlijk dat het huidige melkquotum daarbij een rol zal spelen. Pas in 2015 zullen we weten of er een restwaarde aan melkquotum is toe te kennen. In de visie van Friesland Bank zal dit onvoldoende zijn om aankoop nu te rechtvaardigen. Als ondernemer maakt u de keuze om te kiezen voor zekerheid door niet aan te kopen of te investeren in een kans dat er mogelijk wel voldoende restwaarde zal zijn.
Emotie
Verrassend veel succesvolle ondernemers geven aan de strategische bedrijfsbeslissingen vooral op basis van gevoel te maken, zonder deze tot in detail uitgerekend te hebben. Uiteraard zal elke investering een bepaald financieel voordeel moeten opleveren, maar het geeft wel aan dat niet alles met harde cijfers is te onderbouwen.
Een goede nachtrust door aankoop van melkquotum is wellicht meer waard dan de stress die het melken boven het quotum oplevert. Bovendien wordt door aankoop van het quotum duidelijk wat de productieruimte voor de komende jaren is. Het kost wat, maar levert wel nachtrust op en de ruimte om te ondernemen.
Indirecte opbrengsten
Onder de indirecte opbrengsten verstaan we met name de voordelen die ontstaan doordat de bedrijfsontwikkeling doorgaat.
De eisen bij bouwaanvragen worden strenger, zoals de milieunormen, landschappelijke inpassing of de nabijheid van natuurgebieden. Als er in 2015 een bedrijf staat met de juiste vergunningen heeft u mogelijk een voorsprong op collega’s die dan nog moeten beginnen met de bouwaanvraag.
Geleidelijke groei laat een veel beter rendement zien dan een grote spronginvestering. Bovendien zijn de risico’s bij een spronginvestering veel groter, omdat er geen tijd is om bij te sturen. Gun u zelf de tijd om in ondernemerschap en management mee te groeien met het bedrijf, dat voorkomt dure inschattingsfouten. Bijkomend voordeel van geleidelijke groei is dat de groei van de veestapel uit eigen aanwas mogelijk is, zodat u diergezondheidsrisico’s beter kunt managen.
Conclusie
Ondernemers nemen beslissingen niet uitsluitend op basis van bedrijfseconomische berekeningen. Deze berekeningen zijn onmisbaar, maar u zult als ondernemer voor uw eigen situatie inschatten welke andere beweegredenen u een rol laat spelen. Ongeacht de afweging dient altijd aandacht te zijn voor de betaalbaarheid van de plannen, een realistische risicoinschatting en een verantwoorde financieringsdruk nu en in de toekomst.
Voor de rentabiliteit van de gehele melkveesector is het beter dat de quotumprijs snel daalt. Doordat ondernemers andere motieven hebben dan uitsluitend bedrijfseconomisch rendement blijft quotum voorlopig te duur.