Haperende economie
Het zit soms niet mee. Na een stroom redelijke tot zelfs goede economische cijfers eind vorig jaar is er even sprake van een hapering. Niet alleen het winterse weer zat tegen, ook de berichten over de problemen in Griekenland en de andere zwakke zuidelijke landen dempen het sentiment.
De zon zal wel weer gaan schijnen maar de twijfel over de euro en eurozone is niet zo snel verdwenen. Nu wordt de eurozone door veel buitenlanders al langer als een vreemde constructie gezien. Een verregaande samenwerking van landen met verschillende talen, wetgeving en cultuur, dat kan toch nooit goed gaan. En inderdaad, dat blijkt nu wel. De zuidelijke landen wilden wel de lusten van de euro in de vorm van een lage rente, maar niet de lasten in de vorm van prijsbeheersing en verantwoord overheidsbeleid. Griekenland is wel de ergste boosdoener door ook nog te sjoemelen met cijfers.
De Duitsers, als rijkste en sterkste land binnen de eurozone, hebben echt geen zin om de portemonnee te trekken. Ze hebben net de kosten van de Duitse eenwording achter de rug. Dan is het politiek niet te verkopen om een land te steunen waar potverteren en wijd verspreide belastingfraude de norm zijn.
Toch is er ook een voordeel: de euro is gezakt in waarde ten opzichte van de dollar. Dat is goed nieuws voor bedrijven die exporteren buiten Europa. Daarnaast is er ook sprake van meer optimisme bij bedrijven. In Duitsland, onze belangrijkste handelspartner, wordt er met meer vertrouwen naar 2010 gekeken. Minder positief is dat het vooral door vraag uit het buitenland komt dat er in de eurozone weer sprake is van lichte groei. De Europeanen zelf zijn voorzichtiger met uitgeven. Daardoor sparen ze meer en betalen schulden af. Individueel hele verstandige zaken, maar als we het met zijn allen doen blijft de economie kwakkelen. Toch ziet het er niet naar uit dat dit snel verandert. Daarnaast moeten de overheden drastisch bezuinigen.
Alleen al in Nederland was het plan van het demissionaire kabinet om voor € 35 miljard bezuinigingen te zoeken. Per saldo zie ik toch redenen om wat moed erin te houden. Het herstel laat het klassieke patroon zien met als eerste een verbetering in de industriële sector. Pas daarna komt herstel in de dienstensector. Nu hebben we naar verhouding niet veel industrie meer in Nederland en veel meer diensten. En daarvan verloopt het herstel wat trager. Wat wel speelt is dat de economie de afgelopen jaren tot het begin van de kredietcrisis deels gebaseerd was op te ruime kredietverlening tegen te lage rentes. De tarieven om te lenen zijn nu hoger en de normen zijn aangescherpt. Dat zorgt voor een bescheidener groeitempo.
Aandelenmarkten
De aandelenmarkten vertonen de laatste weken een zijwaartse beweging. Op zich niet vreemd na de grote stijging in 2009. Dat we zijwaarts gaan en niet lager heeft alles te maken met de meevallende jaarcijfers van bedrijven. Hoewel veel winsten grotendeels gedragen worden door kostenbesparingen blijft er in ieder geval nog iets over onderaan de streep. Aandelenbeleggers halen opgelucht adem omdat ze voorbereid waren op slechtere resultaten. Dit is ook zichtbaar in de beweeglijkheid van de aandelenmarkten.
Bij nervositeit springt de volatiliteit omhoog, maar we zien nu weer een niveau vergelijkbaar met de laagste niveaus van de afgelopen drie jaar.
En er speelt nog iets anders. De rentes staan laag en veel beleggers zoeken een hoger rendement voor hun spaargeld. Veilige obligaties bieden maar weinig extra rente. In de grafiek over de periode 1964 - 2010 is te zien hoe laag de rentevergoeding op Nederlandse staatsobligaties nu is.
Aandelen geven in veel gevallen nog een heel aardig jaarlijks dividend, hoewel veel bedrijven daar wat in gesneden hebben. Maar toch, het voordeel is dat het dividend in het algemeen oploopt als de winsten stijgen. Daarmee heb je ook een bescherming tegen inflatie. En wat is er mis met een aandelenbelegging die jaarlijks rendement geeft? Koersstijgingen zijn niet zo zeker meer als we wel eens dachten. Kijkt u maar eens naar de grafiek van de aandelenindex van 1984 - 2010. Bovendien zijn bedrijven die een aantrekkelijk dividend uitkeren in het algemeen wat veiliger dan de snelle groeiers die alles in huis houden maar nog wel eens teveel risico’s nemen.
Rente
Het is hiervoor al gezegd, de rentes zijn laag. Spaargeld levert zo’n 2,5% op. Dat lijkt karig, maar met een officieel rentetarief van de Europese Centrale Bank van 1% is dat nog keurig betaald. Bovendien gaan we ervanuit dat de rente nog wel langer laag blijft omdat het economisch herstel maar langzaam gaat. Inflatie is voorlopig geen probleem. Grondstoffen stijgen wel in prijs maar maken meestal maar een klein deel uit van de totale prijs van een product.
Lonen zullen de komende jaren niet veel stijgen gezien de nog relatief hoge werkloosheid. Wat extra inflatie zou zelfs niet zo gek zijn. Voor overheden en particulieren met schulden zorgt het voor een reële verlaging van de schuld. Dat is ook de reden dat er zorg in de markten is dat op termijn de inflatie fors hoger kan worden omdat overheden als grootste schuldenaren daar het meest belang bij hebben. Maar onder de huidige omstandigheden is niet goed voor te stellen dat prijzen fors gaan stijgen.
Conclusie
Voor de komende maanden zien we een zijwaartse beweging, zowel voor de rente als de aandelen. Met het vooruitzicht van maar langzaam oplopende rentes eind dit jaar en een redelijke waardering voor aandelen kan het geen kwaad om selectief wat aandelen te kopen. De voorkeur gaat daarbij uit naar aandelen die jaarlijks een goed rendement uitkeren.