Economisch Herstel maar met voorzichtigheid

door Frank Verhees

Algemeen

Op zich mogen we niet klagen in Nederland. Dankzij onze oosterbuur gaat het bij veel bedrijven weer een stuk beter. Duitsland heeft het tweede kwartaal een groei laten zien die ongekend was, ruim 8% ten opzichte van het eerste kwartaal. 'Made in Germany'  blijft wereldwijd geliefd. In Nederland volgen we zoals gewoonlijk Duitsland, al gaat het hier wat langzamer. Dat komt onder andere omdat Duitsland nog een sterke 'maak' sector heeft, oftewel fabrieken die echt iets produceren, zoals auto’s, machines, etcetera. Circa 25% van het Duitse nationaal inkomen komt uit die sector. In Nederland is dat nog maar 14%. Wij zijn meer gericht op het verlenen van diensten, maar die zijn niet zo geschikt om te exporteren.  Europa krijgt een duwtje in de rug van de euro die 10% lager staat dan aan het begin van het jaar. Dat helpt om Europese producten op de wereldmarkten concurrerend te houden.

In Nederland wordt de verbetering geleidelijk zichtbaar. De werkloosheid is in mei onverwacht licht gedaald, de instroom in de bijstand vlakt af. De belastinginkomsten vallen mee en volgend jaar is het tekort op de begroting fors lager dan verwacht. Dit is in schril contrast met de sombere presentatie begin 2009 van premier Balkenende en Centraal Planbureau (CPB) voorzitter Teulings die een inktzwart economisch scenario voor de komende jaren schetsten. Het geeft maar aan hoe moeilijk het is om de economie goed te voorspellen. Waarbij ook meespeelt dat alleen al het voorspellen van economische tegenwind juist daartoe kan leiden dat iedereen wat meer op zijn uitgaven gaat letten. Dit jaar werkt het ook nog door, de eerste maanden van het jaar is het spaartegoed in Nederland met € 10 miljard toegenomen tot een record van € 340 miljard.

In Europa is een duidelijke tweedeling zichtbaar: de 'noordelijke' landen onder aanvoering van Duitsland laten de crisis achter zich. De 'zuidelijke' landen en Ierland betalen de prijs van de afgelopen jaren van te uitbundig geld uitgeven en goedkoop teveel lenen. En daar ligt ook de twijfel over de houdbaarheid van het herstel dat nu zichtbaar is. De export van Duitsland profiteert nu eenzijdig van de sterke vraag uit het Verre Oosten, vooral China. Dat is een wat magere basis. Als dat inzakt, is er niets om op terug te vallen, omdat het ook in de Verenigde Staten, de grootste economie ter wereld, minder uitbundig gaat dan de eerste maanden van het jaar.

Overheden

Het vertrouwen dat beleggers hebben in de kwaliteit van veel landen blijft laag. We hebben nu de vreemde situatie dat ondernemingen zoals Heineken en Shell een lagere opslag betalen op hun leningen dan een aantal landen. Dat is zichtbaar in de hoge rentes die bijvoorbeeld Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje moeten betalen om staatsobligaties te plaatsen. Dit zijn landen die naar verhouding grote staatsschulden hebben, forse begrotingstekorten, hoge werkloosheid of een combinatie hiervan. Het hulppakket van in totaal € 750 miljard van de Europese Unie en de Europese Centrale Bank van begin mei heeft lang niet alle onrust kunnen wegnemen. Bovendien wordt er openlijk getwijfeld of sommige landen wel in staat zullen zijn om alle lasten in de toekomst op te brengen. Nu gaat een land niet gauw failliet, maar het opschorten van rente- en aflossingsbetalingen op de staatsschuld komt daar dicht bij in de buurt. Griekenland is maar een klein land binnen de Europese Unie en de gevolgen van een Grieks 'faillissement' zouden op zich beperkt kunnen blijven. Bovendien hebben veel beleggers al beneden de aankoopkoersen Griekse obligaties verkocht en het verlies genomen. Maar het zou het makkelijker maken voor meer landen, met grote schulden zoals Italië, Spanje en Portugal om de handdoek maar in de ring te gooien. Dat zou ernstiger consequenties hebben omdat het om veel grotere bedragen gaat. Ter illustratie, het ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, had eind 2009 voor € 9,6 miljard aan Italiaanse staatsobligaties en € 2,3 miljard in Griekse staatsobligaties. De positie in Nederlandse staatsobligaties was niet eens zo groot, slechts € 3,5 miljard.

Rente

Bovengenoemde ontwikkelingen leiden tot wat zo mooi heet de 'vlucht naar veiligheid'. En wat is er nog veilig in deze tijden? Juist, obligaties van sterke landen als Duitsland en ook Nederland. En dat merken we aan de rente, want als er veel vraag is naar obligaties stijgt de koers en daalt de rente. Alleen al dit jaar is de rente met 1% punt gedaald van 3,50% naar 2,50%. Aan de ene kant is dat mooi, wie geld wil lenen kan goedkoper terecht. En als belastingbetaler is het natuurlijk heel mooi dat (demissionair) Minister De Jager slechts 2,50% betaalt om voor 10 jaar geld te lenen. De andere kant is dat u op uw spaargeld weinig rente krijgt en dat uw pensioenfonds zo weinig rendement maakt dat uw pensioen onder druk kan komen. Het zou niet zo gek zijn als de rente weer eens boven de 3% zou komen. Maar dat zit er voorlopig niet in. Zolang het economisch nog niet duidelijk beter gaat zal de rente laag blijven. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft al aangegeven dat ze de economie wil stimuleren. De werkloosheid in de Europese Unie is in een aantal landen nog veel te hoog en daar past geen hogere rente bij. Op dit moment houdt de ECB de geldmarktrente op 1%. Grote kans dat dit ook nog in 2011 zo blijft.

 

Aandelen

Na de forse stijging van de aandelen in 2009 is het dit jaar maar kwakkelen. De AEX index beweegt tussen de 300 – 350 punten. Een optimistische stemming wordt steeds teniet gedaan door slechte berichten en de aandelen dalen in koers. Tot er weer wat positieve berichten verschijnen en de koersen weer stijgen. Het tekent de onzekerheid op de markten. Er is nog veel terughoudendheid bij beleggers, groot en klein, om in aandelen te beleggen. De winsten van bedrijven hebben zich goed hersteld na de crisis, deels door kostenbesparingen en deels door hogere omzetten. Veel bedrijven hebben bovendien een goede kaspositie. Het gevolg is dat aandelen nu niet erg duur zijn als je kijkt naar de waardering op basis van de koers/winstverhouding. Dit is een getal dat aangeeft hoe vaak je de jaarwinst betaalt voor een aandeel. Op dit moment ligt het gemiddelde rond de 11 maal. Dat is historisch gezien niet hoog. Bovendien keren veel bedrijven een dividend uit dat hoger is dan de rente die u ontvangt op een obligatie of spaargeld. Een aantrekkelijk alternatief om het rendement op uw beleggingen wat te verhogen, mits u bereid bent wat meer risico te lopen.