De afgelopen maand werd de wereld opgeschrikt door wat nu de “twin-shock” wordt genoemd. Als een domino raast politieke onrust door Noord-Afrika en de Golfstaten. De olieprijs wordt hierdoor omhoog gestuwd. Vervolgens werd Japan opgeschrikt door een aardbeving met daaropvolgende tsunami. Deze bracht niet alleen groot humanitair leed maar ook ernstige schade aan de kerncentrale in Fukushima die kan uitmonden in een nucleaire ramp. Aanvankelijk raakten de financiële markten in paniek maar gaandeweg kwam zij weer tot rust en toonden de aandelenmarkten een opmerkelijke veerkracht. Beleggers laten hiermee zien dat zij van nature optimistisch gestemd zijn en vooral oog hebben voor de redelijke kans dat beide gebeurtenissen een beperkte invloed hebben op de wereldeconomie.
Vertrouwen is een belangrijke voedingsbodem voor het optimisme van beleggers. Als er teveel onzekerheden op elkaar gestapeld worden dan kan de omslag plotseling optreden. In dat opzicht staan we voor een uitdagende periode met een afkoelende economie in Opkomende markten, tot voor kort de motor van de wereldeconomie en slepende onderhandelingen over een noodfonds voor financieel zwakke eurolanden.
Omdat hier geen sprake is van echt onverwachtse ontwikkelingen is het waarschijnlijk dat dit de aandelenmarkt eerder wat beweeglijk dan angstig maakt.
Wereldeconomie in vogelvlucht
De Amerikaanse economie is goed op stoom. Het groeicijfer over het vierde kwartaal van 2010 is uitgekomen op een fraaie 3,1%. De huizenmarkt blijft er echter zwak bij liggen. Herstel hiervan is een belangrijke voorwaarde om verbetering in de arbeidsmarkt te zien. De werkloosheid schommelt al lange tijd tussen de negen en tien procent. Naar het oordeel van de beleidsmakers (regering en Fed) is dit percentage te hoog. Dat voedt de verwachting dat er mogelijk een nieuwe stimuleringsronde gestart wordt als het huidige programma (QE2) in juli 2011 afloopt.
In Europa is verdere stimulering al duidelijk van tafel. De Europese Centrale Bank wil starten met het terugdraaien van het ruim geld beleid met een eerste renteverhoging begin april. Dit ondanks dat in een aantal landen van de Europese Unie de economie nog krimpt en werkloosheid erg hoog is. In de financieel zwakke eurolanden zoals Ierland, Griekenland en Spanje liggen de werkloosheidspercentages zelfs dicht bij de twintig procent. Hiermee tekent zich in Europa een sterke tweedeling af. Aan de andere kant staan de sterke, exportgedreven noordelijke landen. Deze economieën dienen als voorbeeld dat geld strooien de problemen niet oplost. De financieel zwakke landen moeten economische hervormingen doorvoeren om de concurrentiekracht te vergroten. De paradox is echter wel dat dit betekent dat er voorlopig wel extra geld naar deze landen vloeit via het IMF of Europese noodfonds. Deze beschikbaarstelling vindt dan onder strenge voorwaarden plaats.
De beleidsmakers in opkomende markten van Azië proberen de hoge groei van hun economieën al lange tijd af te remmen. Een hoge groei gaat namelijk samen met grote investeringen in de huizenmarkt en infrastructuur. Hand in hand met deze investeringen stijgen dan ook de schulden en dat maakt de economie kwetsbaar voor terugval.Voor die terugval wordt gevreesd, omdat de stijgende grondstof- en voedselprijzen een groot deel van het besteedbaar inkomen uitholt. Dat betekent dat men vooral via rente verhogende maatregelen de investeringsactiviteit probeert te remmen.
EU-noodreparatie
Nadat Griekenland vorig jaar moest bekennen dat het begrotingstekort groter was dan aanvankelijk gemeld, brak in de eurozone een schuldencrisis uit. Beleggers wantrouwden de overheidsfinanciën van de financieel zwakke landen niet meer. Alleen tegen zeer hoge rentetarieven konden deze landen obligaties uitgeven. Geen prettige situatie want zo vloeit een steeds groter deel van de overheidsuitgaven naar de betaling van rentelasten weg en blijven onvoldoende middelen over om te investeren in het verbeteren van de economische concurrentiekracht. Daarom werd op 18 oktober 2010 een Europees noodfonds (ESFS) opgericht waar lidstaten met begrotingsproblemen een beroep op kunnen doen. Het is een tijdelijke maatregel die in 2011 naar een permanent noodmechanisme omgezet moet worden. Onderhandelingen hierover zijn in volle gang. De landen die het fonds vullen willen garanties die terugbetaling in de toekomst moeten waarborgen. Onvermijdelijk betekent dit, dat Brussel een grote rol gaat spelen. Het oude stabiliteitspact kende, achteraf gezien, onvoldoende correctiemechanisme. Het heeft er alle schijn van dat dit via het noodfonds gerepareerd gaat worden. Wie geld uit het noodfonds wil trekken zal zich tot het moment van aflossing moeten conformeren aan strengere begrotingsregels en economische coördinatie.