
Door Frank Verhees
Algemeen
De economische ontwikkelingen in 2010 waren behoorlijk gunstig. De wereldeconomie groeide heel behoorlijk, met dank aan de opkomende landen zoals China en omringende landen zoals Brazilië. Voor Europa zou het ook een redelijk jaar geweest zijn, maar hier overheerste toch de zorgen over de zwakkere lidstaten zoals Griekenland en Ierland. Toch kan met enige tevredenheid teruggekeken worden op de ontwikkelingen in Duitsland, dat fungeert als trekpaard voor de economie van de eurozone. Traditiegetrouw profiteert Nederland daar sterk van, Duitsland is tenslotte onze grootste handelspartner. Een mooi voorbeeld is het herstel van de Rotterdamse haven die 2010 eindigde met een totale overslag die 4% hoger was dan in 2008, het begin van de crisis.
Ook in de Verenigde Staten is de situatie verbeterd, ondanks de aanhoudende problemen op de huizenmarkt. Lage rentes, o.a. door actief beleid van de Amerikaanse Centrale Bank en bovendien nog twee jaar langer lage belastingen, hebben gezorgd voor een positieve stimulans. Dat de rekening daarvoor naar de toekomst geschoven wordt speelt even geen rol.
De situatie begin 2011 is beter dan in de voorgaande jaren. Belangrijk is dat een "dubbele dip" of een nieuwe recessie steeds onwaarschijnlijker lijkt. Er is meer vertrouwen en dat maakt al een groot verschil met de afgelopen jaren.
Crisis in de eurozone houdt aan
De grote verrassing in 2010 was toch wel de onrust rond de "zwakke" landen. In eerste instantie leek het alsof Griekenland het enige land in de problemen was, maar geleidelijk aan werd er ook getwijfeld aan Ierland. En daarna Portugal, Spanje, Italië en België. Nederland profiteerde van de hectiek omdat er een duidelijke tweedeling ontstond op de obligatiemarkten. De "goede" landen zagen de rentes dalen tot zelfs onder de 2,50% voor 10 jarige staatsleningen. De "slechte" landen zagen alleen maar hogere rentes, tot boven de 12,5% voor Griekenland. De hogere rentes zorgen weer voor extra uitgaven voor probleemlanden waardoor het nog moeilijker wordt om te bezuinigen en de twijfels bij beleggers toenamen en de rentes verder opliepen enz. De Europese Unie en het IMF konden met het oprichten van een noodfonds van € 750 miljard de crisis ook niet bezweren. Voeg daarbij wat politieke uitspraken over mogelijke verliezen bij beleggers in staatsobligaties en de chaos was compleet. Het is moeilijk te voorspellen wat de uitkomst zal zijn. Alles overwegende lijkt de meest waarschijnlijke optie voor 2011 dat landen in de eurozone blijven, proberen financieel orde op zaken te stellen en hopelijk wat mee kunnen liften op het economisch herstel. Daarnaast zullen er maatregelen genomen moeten worden om meer concurrerend te worden. Want daar ligt het echte probleem voor Griekenland en de overige mediterrane landen. De weelde van de euro met de daarbij behorende lage rente kon men niet goed dragen. Uit de hand gelopen overheid- en private schulden zullen afgebouwd moeten worden. Het is overigens niet uitgesloten dat de probleemlanden een deel van hun schuld herstructureren naar langere looptijden of zelfs deels afstempelen.
Rente hoger
De huidige rentes staan historisch gezien laag. Met het aantrekken van de economische groei is te verwachten dat langzamerhand de rentes gaan stijgen. Een extra stimulans is de oplopende inflatie, hoewel het huidige niveau van iets boven de 2% niet verontrustend is. Sterker nog, een beetje inflatie kan geen kwaad om de grote schuldenpositie van overheden en particuliere sector wat draaglijker te maken. De geldmarktrente kan dit jaar met 0,5% punt oplopen tot rond de 1,50%. De kapitaalmarktrente (10 jaar Nederlandse Staatslening) kan stijgen tot rond de 3,50%. Daarmee blijft de rente nog relatief laag met nog steeds een stimulerend effect op de economie. Dat compenseert enigszins de bezuinigingen van overheden de komende jaren.
Aandelen in de lift
Twee factoren zorgen dat beleggers weer meer naar aandelen kijken: de lage rente en de goede bedrijfsresultaten. Aandelenmarkten hebben het de tweede helft van 2010 niet slecht gedaan. In veel gevallen staan de aandelen weer op of boven het niveau van september 2008, toen Lehman ten onder ging en de kredietcrisis in alle hevigheid losbarstte. Vooral bedrijven die zaken doen in Azië hebben de wind mee. Bovendien hebben veel bedrijven de afgelopen twee jaar geld opgepot waardoor ze ruim in de liquiditeiten zitten en een sterke balans hebben met relatief weinig schulden. Het waarderingsniveau voor aandelen is redelijk. De koers/winstverhouding ligt gemiddeld tussen de 10- en 15 maal de winst. Bovendien is het dividendrendement van veel bedrijven hoger dan de vergoeding op spaarrekeningen.

Conclusie
Het zou nog wel eens kunnen dat 2011 beter gaat worden dan iedereen verwacht. In de Verenigde Staten lijkt de economische situatie zich over een breed front te verbeteren, gesteund door massieve geldinjecties van de Amerikaanse Centrale Bank en voortgaande lage belastingen. Daar zit overigens ook een risico, want de schuldenpositie van Uncle Sam wordt steeds slechter. Misschien dat daar de aandacht meer naar uitgaat in 2011 en de eurozone in wat rustiger vaarwater terecht komt.