Veel beweging op internationale effectenbeurzen
De snelste stalen achtbaan ter wereld is te vinden in de Verenigde Staten en draagt de naam Kingda Ka. In slechts 3,5 seconden bereikt u een snelheid van meer dan 200 kilometer per uur. Dit gebeurt in een vrije val van ruim 127 meter. Het totale ritje duurt slecht 28 seconden voor u weer tot stilstand komt. Stalen zenuwen en een stabiele maag lijken de ingrediënten om deze rit succesvol af te ronden. Deze achtbaan is een uitstekende metafoor voor hetgeen we de afgelopen week hebben gezien op de aandelenbeurzen. In het begin van de week ging de AEX-index in volle vaart naar beneden, en bereikte intraday een niveau van net boven de 400 punten. Later in de week kwam een enorm herstel dat ervoor zorgde dat onze index op het niveau van 444 de donderdag afsloot. Het had er alle schijn van dat we boven dit niveau ook de handelsweek konden afsluiten, maar de laatste handelsuren op vrijdag boog de weg alsnog omlaag ingeslagen om uiteindelijk op een AEX-stand van ruim 438 te eindigen.
Vooral de enorme beweeglijkheid op dagbasis was uniek te noemen. Vele procenten beweging op een dag zijn we al een tijd lang niet meer gewend. Natuurlijk zijn nog steeds de kredietcrisis en een recessie-angst de grote boosdoeners. De Fed trachtte de helpende hand te bieden met een renteverlaging van maar liefst 0,75%. Dit laatste geeft opnieuw aan hoe serieus de problemen zijn. Voor het verloop van de beurzen heeft deze verlaging vooralsnog hulp geboden, maar de vraag is voor hoe lang. Sterker nog, de markt rekent er min of meer op dat er op korte termijn nog “ een kwartje” vanaf gaat. Voor Europa kwam het debacle van Société Générale als een donderslag bij heldere hemel. Een miljardenverlies door speculatieve transacties van (voor zover nu bekend) slechts één persoon. Iedereen vraagt zich af hoe het toch mogelijk is dat dit kan gebeuren. Er wordt onderzocht of de grote fluctuaties op de beurs zelfs te maken hadden met deze transacties. De schatting is namelijk dat de totale posities die vorige week werden gladgestreken een totale waarde vertegenwoordigen van tussen de 30 en 50 miljard euro. Ik ben persoonlijk heel benieuwd of er duidelijkheid komt over de invloed van de transacties die namens Société Générale zijn gedaan. Zou het zo kunnen zijn dat die roller-coasterpatronen op de beurs voor het grootste deel hierdoor zijn veroorzaakt?
Lichtpuntje van vorige week waren de cijfers van Koninklijke Philips. In al het beursgeweld bleef de koers door de prima resultaten aanvankelijk keurig liggen om vervolgens de week hoger af te sluiten. Dit zorgt ook weer voor enige realiteitszin tijdens alle commotie rond de beurzen. Het gaat uiteindelijk om de prestaties en winstcijfers van de aldaar genoteerde bedrijven. Daarnaast spelen uiteraard ook de vooruitzichten die de bedrijven bekendmaken een doorslaggevende rol zoals we weten. Uitstekende cijfers maar een matige prognose zorgen niet voor een jubelstemming onder beleggers. Al vaker zagen we koersen van aandelen dalen op matige prognoses. Dit kan zelfs al bij het onthouden van commentaar over de vooruitzichten van een bedrijf. De komende weken gaan duidelijkheid geven over de status van de beursgenoteerde bedrijven, omdat dan de meeste bedrijven uit de AEX de jaarcijfers bekend gaan maken, al of niet voorzien van commentaar over de verwachtingen. Specifiek de banken en verzekeraars mogen zich op een meer dan gemiddelde belangstelling verheugen. Het waren tenslotte de geruchten dat bijvoorbeeld Fortis een winstwaarschuwing gaat aankondigen, die er voor zorgden dat de AEX vrijdagmiddag alsnog een daling voor de kiezen kreeg. Ook zal dan duidelijker zijn wat de impact van de kredietcrisis zal zijn op de winsten van deze bedrijven.
Aan de beweeglijkheid op de beurzen zal voorlopig waarschijnlijk nog geen einde komen. Ondermeer duidelijkheid over de posities van de banken en verzekeraars kunnen zorgen voor een stabieler koersverloop. Niet alleen voor het koersverloop van deze bedrijven zelf, maar uiteindelijk ook van de indices waarvan zij deel uitmaken. Deze bedrijven wegen vaak zwaar in een index. Zolang nog niet iedere onderneming hierover openheid heeft kunnen verschaffen, zal er onzekerheid in de markt blijven, die voor grote fluctuaties kan zorgen. Bij financiële instellingen draait alles om vertrouwen, tussen de instelling en haar cliënten, en ook tussen de instellingen onderling. Dit vertrouwen moet eerst weer in grote mate hersteld worden.
Het is best lastig het hoofd koel te houden in al het beursgeweld. Het vergelijk met de roller-coaster gaat misschien ook op qua gemoedstoetand. Vooraf kunnen de zenuwen u overmannen en pas achteraf weet u hoe u de rit ervaren heeft. Een groot verschil is gelegen in de tijd. Bij de roller-coaster weet u vooraf dat de totale rit 28 seconden zal duren, bij de beurs kan geen tijdslimiet worden aangegeven. De vraag is hoe u kunt omgaan met de situatie voor en tijdens de rit op de beurs. Voor en tijdens de rit wordt u alom beïnvloed door een heel scala aan media-uitingen. Leed wordt daarin altijd uitvergroot. Typerend was de enorme aandacht voor de grote dalingen op de beurs vorige week. In schril contrast stond daarbij de aandacht voor de opleving die daarop volgde. Een ander verschil is dat het bij de roller-coaster niet mogelijk is tussentijds uit te stappen, althans, verstandig is dat niet. Bij beleggen in aandelen kan dit wel, maar dan begeven we ons op het punt van timing. Dat is een uiterst lastige zaak. We moeten dan waarde gaan hechten aan voorspellingen. Het probleem is dat er altijd optimisten en pessimisten zijn. Het is daarbij verleidelijk gehoor te geven aan een pessimist als de stemming negatief is. Deze heeft immers het meest recente gelijk gehaald. Hetzelfde geldt uiteraard bij een optimist als er sprake is van een hausse. Eén objectief gegeven wil ik u niet onthouden. Het rendement zonder in- en uitstappen op de Amsterdamse beurs over de periode 1983-2007, is ruim 13% lineair gemiddeld per jaar geweest. Dit is inclusief 1987, de Azië-crisis eind jaren negentig en de internetbubbel / WTC-aanslagen aan het begin van deze eeuw. Conclusie is dat toch de factor tijd één van de meest cruciale factoren blijkt te zijn.