De algehele tendens op de aandelenbeurzen was al niet positief, maar de afgelopen week is het er zeker niet beter op geworden. Wederom kwam het slechte nieuws uit de hoek waar toch al zoveel klappen vielen, de financiële sector. Fortis maakte een aantal noodmaatregelen bekend om de balans er voor de toekomst weer rooskleuriger uit te kunnen laten zien. Opvallende maatregel is dat het interim-dividend in contanten, waarde ongeveer 1,3 miljard euro, niet zal worden uitgekeerd. Bovendien zal het dividend per 2009 volledig uit aandelen bestaan. Geen dividend uitkeren, daar houden beleggers niet van. Het aandeel werd genadeloos afgestraft. Natuurlijk kun je je op een zeker moment afvragen of de afstraffing niet te fors is, maar passeren van dividend, zeker bij een financiële instelling, doet simpelweg afbreuk aan het vertrouwen. Het is een uiterst impopulaire maatregel, waar ook de top zich natuurlijk van bewust is. De nood is duidelijk hoog bij Fortis, dus de aangekondigde maatregelen zijn nu eenmaal bittere noodzaak, maar het kan wel even duren voor het vertrouwen van beleggers weer volledig is herwonnen. Dit type berichten draagt sowieso niet bij aan het algehele beleggersvertrouwen, en dat is wat we nu duidelijk merken op de beurzen. Uiteraard spelen de macro-economische zaken de belangrijkste rol, zoals bijvoorbeeld de angst voor oplopende, en eventueel langdurige inflatie. De kranten staan er bol van, waarbij oplopende energie- en voedselprijzen de grootste veroorzakers van de oplopende inflatie zijn. Al met al mondt dit uit in een negatieve teneur op de beurzen, waarbij we de huidige forse koersuitslagen naar alle verwachting vaker zullen zien de komende tijd.
Grote fluctuaties in zowel aandelen- als obligatiekoersen zorgen er wel voor dat u weer eens kritisch naar uw beleggingsportefeuille dient te kijken. Wanneer u wilt beginnen met beleggen bieden de huidige marktomstandigheden kansen. Begin maar eens met de vraag wat het verwachte rendement op uw vermogen is, waarbij ik vervolgens de basis van veel effectenportefeuilles, te weten obligaties, kort wil bespreken. Een aantal jaren geleden, op het dieptepunt van de rente, behaalde u met een tienjarige staatslening een rendement van net boven de 3%. Nu biedt dezelfde obligatie u een rendement van 4,7%. Ook bij de bedrijfsobligaties is het nodige veranderd. Door de oplopende risico-opslagen liggen de effectieve rendementen voor deze obligaties aanzienlijk hoger dan een aantal jaren geleden. Een klein voorbeeld ter verduidelijking om te kijken wat de impact van deze ontwikkelingen is voor een belegger met een defensieve belegging:
- Vermogen EUR 250.000,-
- Looptijd 15 jaar
- Portefeuille verdeling 70% obligaties / 30% aandelen
- Verwacht rendement aandelen 8%
Wanneer deze portefeuille wordt samengesteld bij een lage rentestand, en er een middellange rendementsverwachting van 3,5% voor de obligaties wordt gehanteerd, zal het gemiddelde rendement bij een constante portefeuilleverdeling uitkomen op circa 4,5%. Bij een rentestand die op het moment van inrichten hoger is, en er dus bijvoorbeeld wordt uitgegaan van 4,75% voor obligaties, zal het rendement op de portefeuille circa 5,73% bedragen. Uitgaande van een periode van 15 jaar ontstaat op basis van deze gegevens een vermogensverschil van EUR 577.000 minus EUR 484.000 zijnde EUR 93.000. Dat is een fors verschil. U kunt zien dat het vooral bij een defensieve belegging nogal uitmaakt van welk obligatierendement u uitgaat. Dat hangt samen met de resultaten uit het verleden en verwachtingen voor de toekomst, maar niet in de laatste plaats met waar u in het begin van de beleggingsperiode, stel de eerste tien jaren, zeker van kunt uitgaan. Ook de strategie met betrekking tot obligaties is van belang. Wilt u actief beleid op looptijden of juist niet? Wilt u louter traditionele obligaties of ook obligaties met een perpetuele looptijd of steepeners en soortgelijke producten? Welke kwaliteit van debiteuren wenst u? Hoe zekerder u uw obligaties kiest, hoe minder uw toekomstig rendement zal fluctueren. Wanneer u op dit moment uw looptijden beperkt tot tien jaar, een substantieel deel in staatsobligaties belegt (stel 60%) en het overige deel in bedrijfsobligaties van goede kwaliteit, dan is een effectief rendement van 5,0% prima haalbaar.
Bovenstaand obligatiedeel is dan ook een prima solide basis voor uw gehele effectenportefeuille. Al naar gelang uw rendementseis en risicoacceptatie kunt u de verhouding tussen de verschillende beleggingscategorieën hierop aanpassen. Is uw rendementseis bijvoorbeeld 6,5%, dan biedt een verhouding van 50% aandelen en 50% obligaties volgens de bovengenoemde criteria, de beste aansluiting. Uiteraard zijn er meerdere beleggingscategorieën, zoals onroerend goed en alternatieve beleggingen als grondstoffen. Het is dus zaak dat u de portefeuilleverdeling zoekt die past bij uw risicohouding en rendementseis. Een hoger effectief rendement op de relatief veilige categorie obligaties kan er voor zorgen dat uw doel kan worden gehaald met een mindere mate van risico, en dat is toch mooi meegenomen.