Macrocijfers
De AEX-index is ten opzichte van de dieptepunten eerder dit jaar alweer meer dan 50% gecorrigeerd. Op het moment van schrijven noteert de index net boven de 310 punten, waar op het dieptepunt een koers van net onder de 200 punten op de borden stond. Een behoorlijke rally in een periode waarin men probeert een balans op te maken van de schade die is aangericht. Schetst de beurs momenteel een te florissant beeld of hebben we inderdaad het ergste achter de rug?
Bedrijven zijn momenteel volop bezig zorg te dragen voor een efficiëntere bedrijfsvoering om het kostenniveau te laten dalen. Opbrengsten verhogen is voor veel bedrijfstakken andere koek, zeker wanneer de consument nog steeds terughoudend is met het doen van grotere uitgaven. Dat laatste wordt veelal gemeten aan de hand van het zogenaamde consumentenvertrouwen. De laatste cijfers over het vertrouwen van de Amerikaanse consument lieten zien dat dit onverwacht is afgenomen ten opzichte van de vorige meting. Als belangrijkste reden is aan te voeren dat de Amerikaan vreest voor het verlies van zijn of haar baan. Tegelijkertijd laten de banencijfers aldaar zien dat het banenverlies minder is dan in de maanden daarvoor, maar nog altijd een verlies. Lichtpuntje? Wellicht, maar zo wordt het vooralsnog niet ervaren en juist die angst heeft de consument in de houdgreep. Logisch, bij een mogelijk verlies van inkomen worden uitgaven uitgesteld. Voor Europa viel op het gebied van werkgelegenheid te melden dat de werkloosheid in Duitsland is afgenomen. De hoop is dat de enorme groei van het aantal werklozen nu een halt is toegeroepen bij een werkloosheid die momenteel op 8,2% ligt. Het zal duidelijk zijn dat de werkgelegenheidscijfers nauwlettend worden gevolgd. Er was immers al eerder aangekondigd dat de werkloosheid fors zou gaan oplopen als gevolg van de recessie, en oplopende werkloosheid is uiteraard nooit goed voor het vertrouwen onder consumenten.
Naast de werkgelegenheid vormt ook uitholling van vermogensbestanddelen een gevaar voor het consumentenvertrouwen. De eigen woning is voor velen een van de belangrijkste vermogensbestanddelen. Wat dat betreft hebben ook hier de Amerikanen het al flink voor de kiezen gehad met de kelderende woningprijzen. Daar viel deze week een klein lichtpuntje te constateren, namelijk dat de woningprijzen van eengezinswoningen onverwacht met 1,6% waren gestegen. Na de forse klappen die de Amerikaanse woningmarkt te verduren kreeg, lijkt een halt aan de daling te zijn toegeroepen. Tegelijkertijd laait in Nederland de discussie op hoe in de toekomst om te gaan met de hypotheekrenteaftrek zoals wij die hier kennen. Immers, wij moeten in de nabije toekomst bezuinigen om de financiële huishouding weer op orde te krijgen. Heilige huisjes bestaan niet meer, alles is bespreekbaar. Dat dit bij menig huizenbezitter leidt tot nervositeit kunt u zich wellicht voorstellen, want daarnaast ontwikkelt ook bij ons in Nederland de huizenprijs zich niet meer zoals we de afgelopen jaren (ver)gewend waren. Niet de dramatiek die we zien op de Amerikaanse woningmarkt, maar wel een gestage daling. Ook dit is geen ingrediënt voor een groeiend consumentenvertrouwen. Het consumeert nu eenmaal comfortabeler met een prima buffer. Wanneer de buffer gestaag aan kracht verliest is een gevolg dat ook om deze reden uitgaven kunnen worden uitgesteld.
De twee genoemde factoren, werkgelegenheid en huizenprijsontwikkeling, hebben de afgelopen jaren als een soort van katalysator gewerkt voor de economie, zou men kunnen zeggen. De mens als zekerheidszoeker. Wanneer we niet hoeven te vrezen voor baan of inkrimping van vermogen is de drempel om te investeren eenvoudig gezegd een stuk lager. De mens als zekerheidszoeker gaat ook nog altijd op daar waar het gaat om het beleggen van uw (liquide) vermogen. Nog altijd genieten de relatief veilige staatsobligaties een warme belangstelling. Dit, ondanks de relatief lage vergoeding die er tegenover staat. Toch valt er ook weer een tendens waar te nemen dat er wordt gezocht naar alternatieven voor bijvoorbeeld sparen en de veilige staatsleningen. Natuurlijk heeft dit te maken met de scherp gedaalde korte rente en de daarmee samenhangende geringe vergoeding op kortopend geld. Maar met de recente gebeurtenissen in het achterhoofd is de belegger meer op zijn of haar hoede, en speelt risicobeheersing een beduidend grotere rol dan ooit tevoren. En wanneer u het mij vraagt: daar is niets mis mee. De buffers die er zijn, verdienen extra aandacht in onzekere tijden, vandaar dat een scherpere risicobewuste houding begrijpelijk en wellicht ook op zijn plaats is.